Voortijdig Schoolverlaters
De uitval van 27% op niveau 1 is fors hoog vergeleken met 2,9% op niveau 4, wat typisch is voor het MBO omdat de entree-opleiding vaak kwetsbare studenten met een moeilijkere thuis- of schoolsituatie trekt. Dit laat zien dat extra begeleiding juist hier het hardst nodig is, en dat dit een belangrijk aandachtspunt is richting beleid en financiering.
Onze studenten (verdeling per niveau)
Met 5.465 van de 10.759 studenten op niveau 4 (ruim 50%) is de instelling zwaar georiënteerd op de hogere MBO-niveaus. Dat betekent relatief meer studenten die richting HBO doorstromen, en een kleinere, extra kwetsbare groep van 636 studenten op niveau 1.
Aantal MBO-opleidingen & diploma’s
Met 168 opleidingen heeft de instelling een breed en divers aanbod, wat wel complexiteit in beheer en kwaliteitsbewaking met zich meebrengt. De lichte stijging in diploma’s (3.865 naar 3.932) is positief: ondanks een stabiliserend studentenaantal halen meer mensen een diploma.
JOB-Monitor
De studenttevredenheid scoort rond de 6,9 tot 7,0 en ligt daarmee dicht bij of net onder het landelijk gemiddelde. Dat is voldoende maar niet uitblinkend, en signaleert dat begeleiding en opleidingskwaliteit ruimte voor verbetering hebben.
Verdeling BOL-BBL
BOL (voltijd, met stage) blijft dominant ten opzichte van BBL (leren en werken, in combinatie met een baan). Dit zegt iets over de regionale arbeidsmarkt en het type student: een grotere BBL-groep zou wijzen op meer werkende studenten of een sterkere band met het bedrijfsleven.
Ontwikkeling studentenaantallen (2025-2028)
De prognose laat een grillig maar per saldo licht dalend patroon zien (10.759 naar 10.832, met tussentijdse schommelingen van -0,4% en -1,1%). Dit is direct gekoppeld aan bekostiging: minder studenten betekent minder rijksbijdrage, wat het een belangrijk stuurgetal maakt voor begroting en personeelsbeleid.
Onze medewerkers
Het aantal medewerkers daalt licht (1.429 naar 1.402) terwijl de fulltime-equivalenten stijgen (1.012 naar 1.094): minder mensen die gemiddeld meer uren werken, mogelijk door arbeidsmarktkrapte. Het stijgende verzuim (6,3% naar 6,9%) is een signaal van werkdruk en verdient aandacht, omdat het een vicieuze cirkel kan worden.
OP/OBP-verdeling
De verhouding tussen onderwijzend personeel (docenten) en ondersteunend personeel geeft een indicatie van efficiëntie. Een instelling wil relatief veel onderwijzend personeel ten opzichte van ondersteunend personeel, omdat dat kostenefficiënter is voor het primaire proces.
Financieel resultaat en kengetallen
De rentabiliteit gaat van +1,7% naar -0,5%, waarmee de instelling van een positief naar een negatief resultaat draait (-2,58 miljoen), terwijl solvabiliteit (48,3%) en liquiditeit (1,12) nog gezond zijn. De instelling heeft dus financieel nog een gezonde buffer maar draait verlies, wat samen met het dalende studentenaantal een aandachtspunt is voor de begroting van komende jaren..
Onze resultaten (jaar-, diploma-, startersresultaat)
Het jaarresultaat (~72%), diplomaresultaat (66 tot 73%) en startersresultaat (80 tot 83%) laten samen de doorstroomkwaliteit zien. Dat het startersresultaat hoger ligt dan het diplomaresultaat is normaal, en deze cijfers zijn relevant voor benchmarks en accreditatie.